Haar schilderijen hebben, door het gebruik van bijenwas, een transparante en immateriële uitstraling. Dit maakt het werk meer tot een wandobject dan tot een traditioneel schilderij. De warme bijenwas, gemengd met pigmenten, vloeit in en over elkaar heen, waardoor een beeld ontstaat dat zich gaandeweg ontwikkelt. In het begin is de richting vaak nog onbepaald; het is het materiaal zelf dat haar leidt en richting geeft aan het proces.
Beelden die zich niet direct laten doorgronden, intrigeren haar meer dan werken met een eenduidige, afgeronde boodschap. Haar werk nodigt uit tot reflectie: het kan vragen oproepen, een verhaal suggereren of eenvoudigweg aanwezig zijn als drager van een emotie, gedachte of herinnering. Zo benadert zij ook haar eigen schilderproces, als een gelaagde vorm van arbeid, waarin herinneringen zich verweven met het beeld.
De zichtbaarheid van meerdere lagen is essentieel. Het beeld ontvouwt zich niet alleen aan de oppervlakte, maar ook daaronder. Door de transparantie van de bijenwas lijkt het alsof de toeschouwer het schilderij kan binnentreden. Er ontstaat een diepte waarvan de grenzen onduidelijk blijven—een ruimte waarin iets verborgen ligt. Wanneer lagen worden weggeschraapt, onthult zich een beeld: een landschap, een veld, een figuur. Zij werkt door de lagen heen en laat zich telkens opnieuw verrassen door wat zichtbaar wordt.
Opleiding
Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
Woont en werkt in Achterveld.
Geboren in Stoutenburg, 1960

